dinsdag 4 januari 2011

Katholieke liturgie

- Bij betreden van het katholieke kerkgebouw.
In sommige katholieke landen, en vroeger ook in Nederland, was het voor mannen gebruikelijk om de hoed of pet even af te nemen bij het voorbijgaan van het kerkgebouw als groet aan Christus die woont in het godshuis, veel mensen slaan ook een kruisje wanneer ze een kerk passeren. In de kerk zetten mannen hun hoofddeksel af, vroeger droegen de vrouwen altijd een hoofdbedekking, meestal een sluier ook wel mantilla genoemd. Het is iets dat nu in Nederland een beetje onbruik geraakt is, maar het past wel heel goed binnen de Katholieke traditie om een hoofdbedekking te dragen. Bovendien is het iets wat de apostel Paulus ons leert in 1 Korintiërs 11. Gepaste kleding wordt, zeker in zuidelijke katholieke landen, wel gevraagd: niet te korte broeken of rokken, geen ontblote schouders.
Links en/of rechts van de deur vindt u doorgaans wijwater- bakjes (meestal aan de muur). Het is gebruikelijk om de vingers met wijwater te bevochtigen en een kruisteken te maken. Het is een herinnering aan het Doopsel, we herhalen onze doopbelofte en slaan tevens een kruis. Een kruis slaan is een kort gebed waarmee we ons geloof in de Drie-enige God belijden.
Als de liturgie nog niet begonnen is, kan men in rust en stilte rondlopen, bijvoorbeeld om een kaars op te steken in een kapel. Voorafgaand aan de liturgie is er van oudsher een gewijde stilte in de kerk, waardoor een ieder zich in gebed kan voorbereiden op de ontmoeting met Christus in de viering.
Voordat u de bank ingaat is het een oud gebruik om een korte knielbeweging (met één knie op de grond) te maken als begroeting van Christus die zich bevind in de tabernakel, voor in de kerk bij het altaar. Ook hierbij wordt vaak ook weer een kruisteken gemaakt.



I. Openingsritus van de Eucharistie
De liturgie begint meestal met het geluid van de bel. Dan wordt het Intredelied ofwel de Introïtuszang ingezet, de priester komt binnen met de misdienaren en allen gaan staan.
In veel kerken in Nederland gaat men zitten na het kruisteken en de begroeting, soms zelfs al na het intredelied. In de officiële liturgie behoort men te blijven staan tot en met het collecta-gebed. Na het kruisteken en de begroeting begint de boete-act. Deze kan bestaan uit 1) Schuldbelijdenis en Kyrië zang, zoals hieronder aangegeven, ofwel: 2) Kyrië litanie (gebed om ontferming, afgewisseld met de aanroep Kyrië eleison of iets soort gelijks), ofwel de rituele besprenkeling met wijwater, herinnering aan de afwassing van zonden, onder het zingen van ‘Asperges Me’ (uit Psalm 51) of ‘Vidi Aquam’.

- Introïtus/ Intredezang
De tekst van de gezangen en lezingen vindt men meestal in een liturgieboekje of missaal achter in de kerk. Soms wordt gebruik gemaakt van de Latijnse tekst, maar vaak wordt de Nederlandse tekst gebruik.

- Kruisteken en begroeting

Priester: In nomine Patris, et Filii, et Spiritus Sancti (In de Naam van de Vader en Zoon en de Heilige Geest).

Allen: Amen.

Priester: Gratia Domini nostri Iesu Christi, et caritas Dei, et communicatio Sancti Spiritus sit cum omnibus vobis (De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en gemeenschap van de Heilige Geest zij met U allen).

Allen: Et cum spiritu tuo (En met uw geest).

- Schuldbelijdenis, na een inleidend woord
Aan het begin van elke viering belijden we eerst onze schuld voor God en onze broeders en zusters.

Priester: Fratres, agnoscamus peccata nostra, ut apti simus ad sacra mysteria celebranda (Broeders en zusters, belijden wij onze zonden, bekeren wij ons tot God, om de heilige Eucharistie goed te kunnen vieren).

Allen: Confiteor Deo omnipotenti et vobis, fratres, quia peccavi nimis cogitatione, verbo, opere et omissione: mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa. Ideo precor beatam Mariam semper Virginem, omnes Angelos et Sanctos, orare pro me ad Dominum Deum nostrum. (Ik belijd voor de almachtige God, en voor u allen dat ik gezondigd heb, in woord en gedachte, in doen en laten, door mijn schuld, door mijn schuld door mijn grote schuld. Daarom smeek ik de H.Maria, altijd Maagd, alle Engelen en Heiligen, en u, broeders en zusters, voor mij te bidden tot de Heer onze God).

De priester sluit af met een gebed om vergeving
Priester: Misereatur nostri omnipotens Deus et, dimissis peccatis nostris, perducat nos ad vitam aeternam (Moge de almachtige God zich over ons ontfermen, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven).

Allen: Amen

- Kyrië/ Heer ontferm U
Het Kyrië is een heel oud gebed dat ook al door de eerste christelijke gemeente gebeden werd.

Priester: Kyrië eleison (Heer ontferm U over ons)

Allen: Kyrië eleison

Priester: Christe eleison (Christus ontferm U over ons)

Allen: Christe eleison

Priester: Kyrië eleison

Allen: Kyrië eleison

Soms wordt hier de Kyrië litanie gebeden, dit is een gebed om ontferming afgewisseld met de aanroep Kyrië eleison of iets dergelijks, ofwel de rituele besprenkeling met wijwater, herinnering aan de afwassing van zonden, onder het zingen van ‘Asperges Me’ (uit Psalm 51) of ‘Vidi Aquam’.

- Gloria /Eer aan God
Op de momenten, dat de liturgie dat voorschrijft, wordt de lofzang Gloria gezongen. Het is een dankgebed aan God. In de advent en veertigdagentijd, als periode van inkeer, wordt het Gloria niet gezongen of gezegd.

Gloria in excelsis Deo
Et in terra pax hominibus bonae voluntatis.
Laudamus te.
Benedicimus te.
Adoramus te.
Glorificamus te.
Gratias agimus tibi propter magnam gloriam tuam.
Domine Deus, rex caelestis, Deus Pater omnipotens,
Domine Fili unigenite, Iesu Christe,
Domine Deus, Agnus Dei, Filius Patris, qui tollis peccata mundi, miserere nobis;
qui tollis peccata mundi, suscipe deprecationem nostram;
Qui sedes ad dexteram Patris, miserere nobis.
Quoniam tu solus sanctus,
Tu solus Dominus,
Tu solus altissiumus, Iesu Christe,
Cum sancto Spiritu in gloria Dei Patris.
Amen.

(Eer aan God in den hoge
en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft.
Wij loven U.
Wij prijzen
en aanbidden U.
Wij verheerlijken U
en zeggen U dank voor uw grote heerlijkheid.
Heer God, hemelse koning,God almachtige Vader;
Heer eniggeboren Zoon, Jezus Christus; Heer God, Lam Gods zoon van de Vader; Gij die wegneemt de zonden der wereld ontferm U over ons.
Gij die wegneemt de zonden der wereld aanvaard ons gebed.
Gij die zit aan de rechterhand van de Vader ontferm U over ons.
Want Gij alleen zijt de heilige,
Gij alleen de Heer,
Gij alleen de allerhoogste, Jezus Christus,
met de heilige Geest in de heerlijkheid van God de Vader.
Amen.)

- Collecta-gebed (dit gebed sluit de openingsritus af)
Priester: Oremus (Laat ons bidden)……..deze tekst varieert afhankelijk van de tijd van het jaar en eindigt met de woorden: Per Dominum Iesum Christus qui tecum vivit et regnat in unitate Spiritus Sancti, Deus per omnia saecula saeculorum (Door onze Heer Jezus Christus, die met U leeft en heerst in de eenheid van de heilige Geest, God door de eeuwen der eeuwen).

Allen: Amen

Allen gaan zitten.

II. Dienst van het woord

Het tweede deel van de liturgie is de dienst van het woord, hier spreekt God tot de gelovigen door lezingen uit de heilige Schrift. Op zondagen zijn er drie lezingen, doordeweeks meestal twee (tenzij er een bijzondere viering, feest of gedachtenis plaatsvindt). De eerste lezing is uit het Oude Testament of - in de Paastijd - uit de Handelingen van de apostelen. Daarna volgt meestal een psalm die bestaat uit verzen die door het koor worden voorgezongen of door een lector wordt voorgelezen, en uit een refrein dat na ieder vers door allen herhaald wordt. Als er sprake is van een Graduale (= Gregoriaanse palmzang), dan wordt doorgaans alles door het koor gezongen. Daarna volgt een tweede lezing. Waarop het alleluja gezonden wordt, dit gezang leidt de Evangelielezing in. Uit eerbied voor het Evangelie gaan we staan. In de Vastentijd (waarin geen Alleluja gezongen mag worden) heet dit gezang het Tractus. De lezing van het evangelie wordt vaak begeleid met kaarsen (verwijzing naar Jezus als Licht van de wereld) en soms door wierook, teken van eerbied voor Gods aanwezigheid door Zijn Woord.
De eerste twee lezingen worden afgesloten met de woorden:

Lector: Verbum Domini (Woord van de Heer)

Allen: Deo gratias (Wij danken God)

De derde lezing is een tekst uit één van de vier evangeliën van het Nieuwe Testament, deze wordt voorgedragen door een diaken of priester. Om zoveel mogelijk van de heilige Schrift te kunnen overwegen, is een driejarige cyclus bedacht.

Priester: Dominus vobiscum (De Heer zij met u).

Allen: Et cum spiritu tuo (En met uw geest).

Priester: Lectio sancti evangelii secundum Mattheum/ Marcum/ Lucam/ Johannem (Lezing uit het Heilig Evangelie volgens Mattheus / Marcus / Lucas / Johannes).

Allen: Gloria tibi, Domine (Lof zij U Christus).

Allen maken een kruisje met de rechterduim op voorhoofd, mond en borst.

Priester: Verbum Domini (Woord van de Heer)

Allen: Deo gratias (Wij danken God)

- Homilie/ Preek
Nu volgt de preek waarbij iedereen zit, in de preek wordt meestel een uitleg gegeven van het Bijbelgedeelte dat gelezen is.

- Credo/ Geloofsbelijdenis
Bij de geloofsbelijdenis gaat iedereen staan.

Credo in unum Deum, Patrem omnipotentem,
factorem caeli et terrae,
visibilium omnium et invisibilium.
Et in unum Dominum Iesum Christum.
Filium Dei unigenitum
Et ex Patre natum ante omnia saecula.
Deum de Deo, lumen de lumine,
Deum verum de Deo vero.
Genitum, non factum, consubstantialem Patri,
per quem omnia facta sunt.
Qui propter nos homines, et propter nostram salute
descendit de caelis.
Et incarnatus est de Spiritu Sancto ex Maria Virgine: et homo factus est.
(Bij de woorden :”Et incarnatus …. factus est.” bestaat er een oud gebruik om te buigen)
Crucifixus etiam pro nobis: sub Pontio Pilato;
passus et sepultus est.
Et resurrexit tertia die, secundum Scripturas.
Et ascendit in caelum: sedet ad dexteram Patris.
Et iterum venturus est cum Gloria
iudicare vivos et mortuos:
cuius regni non erit finis.
Et in Spiritum Sanctum, Dominum et vivificantam:
qui ex Patre Filioque procedit.
Qui cum Patre et Filio simul adoratur, et conglorificatur:
qui locutus est per Prophetas.
Et unam sanctam, catholicam et apostolicam Ecclesiam.
Confiteor unum baptisma in remussionem peccatorum.
Et expecto resurrectionem mortuorum.
Et vitam venturi saeculi.
Amen.

(Ik geloof in één God, de almachtige Vader, Schepper van hemel en aarde, van al wat zichtbaar en onzichtbaar is. En in één Heer, Jezus Christus, eniggeboren Zoon van God, voor alle tijden geboren uit de Vader. God uit God, licht uit licht, ware God uit de ware God, geboren, niet geschapen, één in wezen met de Vader, en door wie alles geschapen is. Hij is voor ons, mensen, en omwille van ons heil, uit de hemel neergedaald. Hij heeft het vlees aangenomen door de heilige Geest uit de maagd Maria en is mens geworden. Hij werd voor ons gekruisigd, Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus en is begraven. Hij is verrezen op de derde dag, volgens de Schriften. Hij is opgevaren ten hemel,zit aan de rechterhand van de Vader. Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen levenden en doden; en aan zijn rijk komt geen einde. Ik geloof in de heilige Geest, die Heer is en het leven geeft; die voortkomt uit de Vader en de Zoon; Die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt; die gesproken heeft door de profeten. Ik geloof in de ene heilige, katholieke en apostolische kerk. Ik belijd een doopsel tot vergeving van de zonden. Ik verwacht de opstanding van de doden en het leven van het komend rijk.
Amen.)

- Voorbede
Officieel hoort men bij de voorbede te staan. In Nederland knielt of zit men meestal. Ieder voorbede wordt beëindigd met:
Lector: Dominum deprecemur (Laat ons bidden).
Allen: Te rogamus, audi nos (Heer onze God wij bidden U verhoor ons).

Iedereen gaat weer zitten.

III. Dienst van de tafel

- Offerande en collecte
De collecte wordt gehouden, terwijl de assistenten de priester helpen het altaar gereed te maken.

De priester neemt de pateen met brood en zegt:
Benedictus es, Domine, Deus universi, quia de tua largitate accepimus panem, quem tibi offerimus, fructum terrae et operis manuum hominum, ex quo nobis fiet panis vitae (Gezegend zijt Gij God, Heer van al wat leeft. Uit Uw milde hand hebben wij het brood ontvangen. Aan U dragen wij op de vrucht van de aarde, het werk van onze handen. Maak het voor ons tot brood van eeuwig leven).

Soms wordt door allen geantwoord: Benedictus Deus in saecula (Gezegend zijt Gij, God, in alle eeuwen).

De priester schenkt nu water en wijn in de kelk en zegt in stilte:
Per huius aquae et vini mysterium eius efficiamur divinitatis consortes, qui humanitatis nostrae fieri dignatus est particeps (Water en wijn worden een. Gij deelt ons menszijn en neemt ons op in uw goddelijk leven).

De priester heft de kelk op en zegt: Benedictus es, Domine, Deus universi, quia de tua largitate accepimus vinum, quod tibi offerimus, fructum vitis et operis manuum hominum, ex quo nobis fiet potus spiritalis (Gezegend zijt Gij God, Heer van al wat leeft. Uit uw milde hand hebben wij de beker ontvangen. Aan U dragen wij op de vrucht van de wijngaard, het werk van onze handen. Maak het voor ons tot bron van eeuwig leven).

Soms wordt door allen geantwoord: Benedictus Deus in saecula (Gezegend zijt Gij, God, in alle eeuwen).

De priester vervolgt in stilte: In spiritu humilitatis et in animo contrito suscipiamur a te Domine; et sic fiat sacrificium nostrum in conspectu tuo hodie, ut placeat tibi, Domine Deus (In het besef van onze onmacht en onze schuld vragen wij dat onze offerande voor U aanvaardbaar wordt en wij genade vinden in uw ogen).

Hier vindt eventueel bewieroking van de gaven en het altaar plaats, daarna van de priester en het volk, bij dit laatste gaat iedereen staan.

Daarna wast de priester zijn handen met water en bidt in stilte:
Lava me, Domine, ab iniquitate mea, et a peccato meo munda me.(Neem alle schuld van ons af, Heer, maak ons vrij van ongerechtigheid).

Daarna bidt de priester:
Orate, fratres, ut meum ac vestrum sacrificium acceptabile fiat apud Deum Patrem omnipotentem (Bidt broeders dat mijn en uw offer aanvaard kan worden door God de almachtige Vader).

Allen: Suscipiat Dominus sacrificium de manibus tuis, ad laudem et gloriam nominis sui, ad utilitatem quoque nostram totiusque Ecclesiae suae sanctae (Moge de Heer het offer uit uw handen aannemen, tot lof en eer van Zijn naam en tot welzijn van heel zijn heilige kerk).

- Gebed over de gaven
De priester bidt of zingt het gebed. In de officiële liturgie, en in de meeste landen hoort men hier te gaan staan, soms gaat men pas staan bij de prefatie, die hier direct op volgt.
Allen beantwoorden dit gebed met:
Amen

Priester: Dominus vobiscum (De Heer zal bij u zijn).

Allen: Et cum spiritu tuo (En met uw geest).

Priester: Sursum corda (Verhef uw hart).

Allen: Habemus ad Dominum (Wij zijn met ons hart bij de Heer).

Priester: Gratias agamus Domino Deo nostro (Brengen wij dank aan de Heer, onze God).

Allen: Dignum et justum est (Hij is onze dankbaarheid waardig.)

- Prefatie
Dan volgt de prefatie zoals aangegeven bij de betreffende dag. Aan het eind prefatie wordt het sanctus gezonden, soms door het koor, soms door afwisselend koor (of voorzanger) en volk.

- Sanctus
Sanctus, sanctus, sanctus, (Heilig, heilig,heilig)
Dominus Deus Sabaoth (de God der hemelse machten).
Pleni sunt caeli et terra, gloria tua (vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.).
Hosanna in excelsis (Hosanna in de hoge).
Benedictus qui venit in nomine Domini (Gezegend Hij die komt in de naam van de Heer).
Hosanna in excelsis (Hosanna in de hoge).

- Eucharistisch Gebed
De meeste mensen in Nederland knielen men tijdens het gehele eucharistische gebed. Er zijn meerdere eucharistische gebeden, ze worden door de priester voorgebeden. Het is het belangrijkste gebed van de liturgie, want hierin worden brood en wijn geconsacreerd tot Lichaam en Bloed van Christus.
De woorden waarbij brood en wijn veranderen in lichaam en bloed van Christus worden wel consecratiewoorden genoemd. Soms wordt het begin gemarkeerd door een kort geluid van de bel, maar altijd wordt drie maal gebeld na deze consecratiewoorden.
Qui cum passioni voluntarie traderetur, accepit panem et gratias agens fregit, deditque discipulis suis, dicens (Toen Hij werd overgeleverd en vrijwillig zijn lijden op zich nam, nam Hij het brood, sprak de dankzegging uit, brak het en gaf het zijn leerlingen met deze woorden):
ACCIPITE ET MANDUCATE EX HOC OMNES: HOC EST ENIM CORPUS MEUM, QUOD PRO VOBIS TRADETUR (NEEMT EN EET HIERVAN, GIJ ALLEN, WANT DIT IS MIJN LICHAAM DAT VOOR U GEGEVEN WORDT.)

Simili modo, postquam cenatum est, accipiens et calicem, iterum gratias agens
dedit discipulis suis, dicens (Zo nam Hij na de maaltijd ook de kelk, sprak opnieuw de dankzegging uit, en gaf hem zijn leerlingen met deze woorden):

ACCIPITE ET BIBITE EX EO OMNES: HIC EST ENIM CALIX SANGUINIS MEI NOVI ET AETERNI TESTAMENTI, QUI PRO VOBIS ET PRO MULTIS EFFUNDETUR IN REMISSIONEM PECCATORUM. HOC FACITE IN MEAM COMMEMORATIONEM (NEEMT DEZE BEKER EN DRINKT HIER ALLEN UIT, WANT DIT IS DE BEKER VAN HET NIEUWE ALTIJDDURENDE VERBOND, DIT IS MIJN BLOED DAT VOOR U EN ALLE MENSEN WORDT VERGOTEN TOT VERGEVING VAN DE ZONDEN. BLIJFT DIT DOEN OM MIJ TE GEDENKEN).

Nadat ze zijn uitgesproken door de priester, heft deze het H. Lichaam en Bloed op, voor een moment van stille aanbidding en verering. Om het belangrijk moment te accentueren klinkt er vaak een bel, en soms wordt er ook gewierookt om eer te brengen aan Christus’ aanwezigheid in ons midden onder de gedaante van brood en wijn.

Priester: Mysterium fidei (verkondigen wij het mysterie van het geloof)

Allen: Mortem tuam annuntiamus, Domine, et tuam resurrectionem confitemur, donec venias (Heer Jezus wij verkondigen uw dood, en wij belijden tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt).

Dan vervolgt de priester het eucharistisch gebed. In de meeste landen gaat men hier weer staan, maar in Nederland blijft men vaak knielen.
Het eucharistisch gebed wordt altijd afgesloten met de woorden:

Priester: Per ipsum, cum ipso, et in ipso, est tibi Deo Patri omnipotenti, in unitate Spiritus Sancti, omnis honor et gloria, per omnia saecula saeculorum (Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Vader, in de eenheid van de heilige Geest hier en nu en tot in eeuwigheid).

Allen: Amen

- Gebed des Heren/Onze Vader
Bij Het Onze Vader gaat iedereen staan.
Priester: Praeceptis salutaribus moniti et divina institutione formatie, audemus dicere (Aangespoord door een gebod van de Heer, en door zijn goddelijk woord onderricht, durven wij zeggen):

Allen: Pater noster, qui es in caelis,
sanctificetur nomen tuur:
adveniat regnum tuum:
fiat voluntas tua, sicut in caelo, et in terra.
Panem nostrum cotidianum da nobis hodie:
et dimitte nobis debita nostra,sicut et nos dimittimus debitoribus nostris.
Et ne nos inducas in tentationem.
Sed libera nos a malo.
(Onze Vader, die in de hemel zijt;
uw naam worde geheiligd;
uw rijk kome;
uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood;
en vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven;
en leid ons niet in bekoring;
maar verlos ons van het kwade.)

Priester: Libera nos, quaesumus, Domine ab omnibus malis, da propitius pacem in diebus nostris, ut, ope misericordiae tuae adiuti, a peccato simus semper liberi, et ab omni perturbatione securi, expectantes beatam spem, et adventum Salvatoris nostri Iesu Christi (Verlos ons, Heer, van alle kwaad, geef vrede in onze dagen; dat wij gesteund door uw barmhartigheid, vrij mogen zijn van zonde, en beveiligd tegen alle onrust. Hoopvol wachtend op de komst van Jezus, Messias, uw
Zoon.).

Allen: Quia tuum est regnum et potestas, et gloria in saecula. Amen (Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen).

Priester: Domine Iesu Christe, qui dixisti apostolis tuis: Pacem relinquo vobis, pacem meam do vobis, ne respicias peccata nostra, sed fidem Ecclesiae tuae; eamque secundum voluntatem tuam pacificare et coadunare digneris. Qui vivis et regnas in saecula saeculorum (Heer Jezus Christus, Gij hebt aan uw apostelen gezegd: "Vrede laat Ik u; Mijn vrede geef Ik u", let niet op onze zonden maar op het geloof van uw kerk; vervul uw belofte; geef vrede in Uw naam en maak ons één. Gij, die leeft in eeuwigheid).

Allen: Amen.

Priester: Pax Domini sit semper Vobiscum (De vrede des Heren zij altijd met u).

Allen: Et cum spiritu tuo (En met uw geest).

Priester: Offerte vobis pacem (Wenst elkaar de vrede).

Hierna geeft men aan zijn of haar buurman de vredegroet, door het geven van een handdruk, hierbij kan men zeggen ‘pax Christie’ (de vrede van Christus).

- Agnus Dei/Lam Gods
Daarna zingt het koor of zingen koor en het volk afwisselend:

Agnus Dei, (Lam Gods,)
qui tollis peccata mundi; (dat wegneemt de zonden der wereld;)
miserere nobis (ontferm u over ons)
Agnus Dei (2x), (Lam Gods 2x)
qui tollis peccata mundi; (dat wegneemt de zonden der wereld;)
dona nobis pacem (geef ons de vrede).
De priester laat een deel van de Hostie in de kelk vallen terwijl hij in stilte bidt.

Daarna knielt de priester, neemt de Hostie en zegt:
Ecce Agnus Dei, ecce qui tollit peccata mundi. Beati qui ad cenam Agni vocati sunt (Zalig zij, die genodigd zijn aan de maal¬tijd des Heren. Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld).

Allen: Domine, non sum dignus ut intres sub tectum meum, sed tantum dic verbo et sanabitut anima mea (Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt, maar spreek en ik zal gezond worden).

- Communie
Het te communie gaan is, behoudens door de bisschop bepaalde uitzonderingen, voorbehouden aan katholieken die zich niet van ernstige zonde bewust zijn. De anderen kunnen op hun plaats blijven zitten of knielen. Wanneer zij dat echter wensen, kunnen zij ook naar voren komen met de handen gekruist op de borst, om aan te geven dat zij niet de communie willen ontvangen, maar wel de zegen willen ontvangen van de priester. De wijze waarop men te communie gaat verschilt per bisdom/regio, afhankelijk van het besluit van de locale bisschop. In sommige landen gaat het knielend op een zogenaamde communiebank, waarbij men de H. Hostie op de tong krijgt gelegd, uit eerbied voor het Lichaam des Heren, dat men niet de hand aanraakt. In de meeste parochies in Nederland gaat men te communie door de handen open, op elkaar gekruist te houden. De linkerhand ligt op de rechterhand. Deze houding van de handen symboliseert zowel het kruis voor het lichaam van Christus, maar ook de troon voor de Koning. De priester houdt de Hostie voor de gelovige en zegt: ‘Lichaam van Christus’. De gelovige antwoordt met ‘Amen’. De priester of de andere bedienaar legt de Hostie vervolgens op de tong of op de hand. Indien de hostie op de (linker)hand wordt gelegd, nuttigt de gelovige de Hostie met de rechterhand. Pas dan loopt hij/zij weg, terug naar de bank. Daar bidt degene die de communie ontvangen heeft in stilte een persoonlijk (dank)gebed, meestal geknield. Onder de communie klinkt de communiezang.

- Gebed na de Communie
In de meeste landen gaat men hierbij staan, in Nederland blijft men vaak knielen of zitten. Met dit gebed sluit de priester het persoonlijk gebed in stilte van de gelovigen af.

Priester: Oremus (Laat ons bidden )….de tekst van dit gebed varieert maar eindigt met de woorden: ‘Per Christum Dominun nostrum’ (Door Christus onze Heer).

Allen: Amen

IV. Slot ritus

Zegen (korte versie, bij de zegen gaan allen staan)
Priester: Dominus vobiscum, (De Heer zij met u,)

Allen: Et cum spiritu tuo (En met uw geest).

Priester: Benedicat vos omnipotens Deus, Pater et Filius en Spiritus Sanctus (Zegene u de almachtige God, Vader, Zoon en de heilige Geest).

Allen: Amen.

Priester: Ite missa est (Gaat nu allen heen in vrede.).

Allen: Deo Gratias (Wij danken God).

- Slotlied
Na de zegen wordt soms gezamenlijk staand een slotlied gezongen of er klinkt orgelspel, terwijl de priester en de assistenten de kerk verlaten. De liturgie is ten einde als de bel weer klinkt.
Na de liturgie kan men gerust door de kerk lopen om deze te bezichtigen of om in een aparte kapel te bidden of kaarsen op te steken. Hardop spreken in de kerk is ongepast, omdat het strijdig is met de eerbied in Gods huis en omdat anderen dan in hun gebed gestoord worden.