donderdag 9 juni 2011

10 Godsbewijzen

1. Kosmologisch godsbewijs

Wat is het kosmologisch bewijs dat God bestaat? Het is onmogelijk dat iets uit niets ontstaat. Alles wat bestaat is veroorzaakt door iets. Het universum bestaat en moet dus een oorzaak hebben, die oorzaak is God. Heel kort samengevat is dit het kosmologisch bewijs voor het bestaan van God.

Wanneer we de wereld om ons heen bekijken, en redeneren volgens de wet van oorzaak en gevolg, dan levert dat een bewijs op voor het bestaan van God. Het bestaan van een gevolg bewijst immers het bestaan van een oorzaak. De wereld is er. Dat feit leidt tot de vraag hoe de wereld tot stand is gekomen. Iets of iemand moet daarvoor gezorgd hebben. We kennen immers niets in deze wereld dat bestaat zonder oorzaak, dus moeten we concluderen dat er ook achter deze wereld en het universum een oorzaak moet zijn. Alles moet teruggebracht worden op één oorzaak en de enige mogelijkheid daarvoor is God.

Veel filosofen en theologen hebben een kosmologisch godsbewijs geformuleerd. Het uitgangspunt van het bewijs is altijd de ervaring van de algemene werkelijkheid. Hier een korte bespreking van het argument van Aristoteles en Thomas van Aquino.



Het kosmologisch godsbewijs van Aristoteles

a. Dingen zijn onderhavig aan verandering (dit kun je zelf zien en waarnemen).
b. Alle verandering vindt van plaats van potentialiteit (mogelijk), naar actualiteit (werkelijk).
c. Geen enkele potentialiteit kan zichzelf actualiseren (hout wordt bijvoorbeeld niet vanzelf een tafel).
d. Daarom moet er een actualiteit zijn, die het mogelijke verwerkelijkt.
e. Een oneindige rij van verwerkelijkers is niet mogelijk, er moet een eerste actualiteit zijn.
f. Die eerste actualiteit, verwerkelijkt dingen met een doel.

Voor Aristoteles is God deze eerste actualiteit. Hij heeft alles verwerkelijkt (gemaakt) met een bepaald doel voor ogen.

Het kosmologisch godsbewijs van Thomas van Aquino

Thomas heeft wat men noemt zijn vijf wegen naar God geformuleerd, die sterk zijn beïnvloed door Aristoteles. Het eerste bewijs is een voorbeeld van een kosmologisch godsbewijs.

1e Het bewijs vanuit de beweging

a. De dingen zijn in beweging (beweging is de meest duidelijke vorm van verandering).
b. Verandering is een beweging van mogelijk naar werkelijk.
c. Die verandering vindt plaats door iets wat dit mogelijk maakt.
d. Er kan geen oneindige serie van verwerkelijkers of bewegers zijn.
e. Daarom moet er een eerste beweger zijn, die zelf niet bewogen wordt.
f. Deze eerste beweger is wat we allen God noemen.

2 Het Kalam kosmologisch godsbewijs

Het kalam kosmologisch godsbewijs draagt de naam kalam, wat verwijst naar de Arabische filosofie en theologie uit de Middeleeuwen. Een hedendaagse verdediger van dit argument is William Lane Craig.

Het Kalam argument steunt op de volgende aannames.
1. Het universum heeft een beginpunt in de tijd
2. Het beginpunt van het universum is veroorzaakt
3. De oorzaak voor het beginpunt van het universum is persoonlijk.

Aanname 1: Het universum heeft een beginpunt in de tijd

Het kalam kosmologisch godsbewijs stelt dat het aantoonbaar is dat het universum een begin heeft. De eerste aanname komt voort uit het feit dat zoiets als ‘oneindigheid’ in onze reële wereld niet kan bestaan. In de wiskunde kun je wel een berekening maken met een oneindig getal, maar in het echt kan dat niet. Twee voorbeelden:

Voorbeeld 1: Stel dat er een bibliotheek is met een oneindig aantal boeken. Veronderstel dat deze bibliotheek een oneindige hoeveelheid rode boeken, en een oneindige hoeveelheid zwarte boeken bevat. Kunnen we nu zeggen dat de hoeveelheid zwarte boeken, gelijk is aan het aantal rode en zwarte boeken bij elkaar? Dat kunnen we zeggen en dat klinkt natuurlijk heel vreemd. Dit wordt nog vreemder door het volgende: stel we verwijderen hierna alle zwarte boeken uit de bibliotheek. Hoeveel boeken hebben we dan nog in de bibliotheek staan? Het antwoord is: een oneindig aantal rode boeken. Dit betekent dat het aantal boeken in de bibliotheek na de verwijdering van alle zwarte boeken niet gewijzigd is. Wiskundigen zeggen dan ook, dat het idee van oneindigheid nergens in de werkelijkheid wordt aangetroffen. Dus met andere woorden: oneindigheid bestaat alleen maar in het verstand, maar niet in de werkelijkheid.

Voorbeeld 2: Dat het verleden eindig moet zijn, wordt met het volgende voorbeeld duidelijk. Stel dat we gevraagd worden om te tellen tot oneindig, dan zullen we ontdekken dat hoe lang we ook tellen, we altijd bij een getal uitkomen die we kunnen vaststellen en waar we weer een nieuw getal aan toe kunnen voegen. We kunnen met ons tellen nooit oneindig bereiken, laat staan dat we erover heen kunt tellen, we blijven altijd in het eindige.

De Big Bang kosmologie

De wetenschap heeft ook bewezen dat het heelal een begin heeft en dus niet oneindig is. Op grond van natuurwetenschappelijke onderzoeken is men tot de conclusies gekomen dat het universum uitzet en dat deze uitzetting tot stand gekomen is door een explosie, de zogenaamde Big Bang die een tiental miljard jaar geleden plaatsvond. Daarnaast heeft men vastgesteld dat de wetten van de algemene relativiteit van Einstein ertoe leiden dat het heelal een "beginpunt" (een "singulariteit") heeft. Volgens Einstein is er een moment geweest waarbij ruimte en tijd van het universum nul waren en waarbij het universum is ontstaan. De Big Bang bevestigt dus de conclusie: het universum heeft een begin.

Een bezwaar dat men vaak noemt is: wat was er voor de Big Bang? Een antwoord hierop is dat de Big Bang het eerste moment van de tijd was, niet in de tijd. Er was geen tijd voor het eerste moment van de tijd. Wat voor het eerste moment bestond is tijdloos. God kan wel voor het eerste moment van tijd bestaan, dat is logisch, omdat God geen oorzaak heeft en altijd al bestaan heeft. Dat is nu net het verschil tussen God en de dingen die God gemaakt/geschapen heeft.

De tweede wet van de thermodynamica

Dit principe zegt dat de gehele orde en samenhang in het universum langzaam afneemt. Een voorbeeld kan hierbij helpen.

Voorbeeld: Stel ik kom een kamer binnen waar een kop koffie op tafel staat, deze koffie is nog warm. De tweede wet van thermodynamica stelt dat deze koffie langzaam afkoelt tot de warmte-energie evenredig verdeeld is met de gemiddelde temperatuur in de kamer, en de inhoud van het kopje even warm is als de rest van de kamer.

Dit heeft een belangrijke consequentie: als het universum eeuwig zou zijn en de geschiedenis oneindig, dan zou het universum een oneindige tijd geleden volledig moeten zijn afgekoeld en de energie evenredig verdeeld zijn. Dit is duidelijk niet het geval. De tweede wet van thermodynamica geeft aan dat het universum een begin moet hebben gehad en niet oneindig bestaan heeft.

Aanname 2: Het beginpunt van het universum is veroorzaakt

Bij gebeurtenissen is het zinvol te vragen naar wat de oorzaak van deze dingen zijn. Zo is het ook uiterst zinvol te vragen naar wat de oorzaak is van het universum. Maar God heeft geen oorzaak, geen begin, omdat Hij eeuwig is en oneindig.
Het is duidelijk dat het universum bestaat en het moet dus een eerste oorzaak hebben die hieraan vooraf gaat, omdat de idee dat iets uit niets kan ontstaan absurd is.

Aanname 3: De oorzaak voor het beginpunt van het universum is persoonlijk

We hebben aangetoond dat het universum niet oneindig kan zijn, en dat het beginpunt van het universum een oorzaak moet hebben. Er zijn twee mogelijkheden bij deze oorzaak. De oorzaak van het universum is persoonlijk wezen, of de oorzaak is onpersoonlijk, wat betekent mechanisch. Wij Christenen geloven dat God een persoon is, Hij is onze Vader. Daarom is het erg belangrijk aan te tonen dat die oorzaak voor het ontstaan van alles een persoon is.

Zou het begin van het universum door een onpersoonlijke mechanische oorzaak verklaard kunnen worden?

Voorbeeld: Stel dat we bevroren water aantreffen dat veroorzaakt is door een temperatuur die van eeuwigheid af al onder nul is, dan zou dit betekenen dat ook dat water al eeuwig bevroren is. Want hoe kan een temperatuur die altijd al onder nul is realiseren dat water plotseling in de tijd bevriest?

Wanneer ze veroorzaakt is door een onpersoonlijke mechanische oorzaak, dan is het uiterst moeilijk te verklaren waarom dat universum plotseling begonnen is. Net zoals het onmogelijk is te begrijpen hoe bij een temperatuur die van eeuwigheid af al onder nul is, water plotseling in de tijd kan bevriezen, is het onmogelijk te begrijpen hoe een tijdelijk effect als het universum plotseling ontstaat als de oorzaak onpersoonlijk en mechanisch is.
Bij het ontstaan van het universum moeten de noodzakelijke condities aanwezig zijn (zoals de temperatuur van de aarde, de zwaartekracht enzovoorts). Bij een mechanische oorzaak zouden die condities altijd al aanwezig moeten zijn, dus dan zou het universum een eeuwigheid geleden al ontstaan moeten zijn. Maar het universum is begonnen en eindig. Hoe is dit dan mogelijk?

De enige aannemelijke verklaring voor een eeuwige oorzaak die een tijdelijk effect realiseert, is dat een persoon uit vrije wil een tijdelijk effect realiseert zoals het bestaan van het universum. Enkel een persoonlijk en vrij wezen kan vanuit een eeuwige oorzaak, een tijdelijk effect realiseren. De aarde en de zon zijn zulke tijdelijke effecten, maar de zon is niet eeuwig en is ooit eens opgebrand. Een voorbeeld kan dit duidelijk maken.

Voorbeeld: Stel dat een man van eeuwigheid aan al op een stoel zit en plots het besluit neemt om te gaan staan en dit besluit ook uitvoert. Deze man realiseert een tijdelijk effect door de vrije keus te maken om te gaan staan. Als het gaan staan van de man door mechanische oorzaken bepaald zou zijn, dan had de man een eeuwigheid geleden al moeten gaan staan, omdat dan de noodzakelijke en voldoende condities aanwezig hadden moeten zijn. Wanneer de man uit vrije wil gaat staan, dan kan het zo zijn dat hij al heel lang de mogelijkheid had om op te gaan staan, maar dit niet heeft gedaan. Totdat hij besloot om te gaan staan, uit vrije wil, omdat hij dit zelf wil.

Wanneer het universum ontstaat als gevolg van een vrije handeling van een persoonlijk schepper, betekent dit dat het universum voor haar bestaan afhankelijk is van de wil van deze schepper. Net zoals ik uit vrije wil verkies om mijn arm op te tillen, zal mijn arm opgeheven blijven zolang ik dat wil. In die zin blijft het universum bestaan zolang de schepper dit wil.

3 Het teleologisch godsbewijs

God is de beste verklaring voor een universum wat leven bevat. De sterrenkunde heeft aangetoond dat de Big Bang zeer precies verlopen moet zijn. Allerlei natuurlijke krachten zijn zeer precies op elkaar afgestemd; zwaartekracht, elektromagnetisme, atomaire krachten en de lading van elektronen zijn ‘zomaar’ zeer nauwkeurig op elkaar afgestemd. Slechts een heel kleine veranderingen aan één van deze krachten en er zou geen mogelijkheid voor leven meer zijn, in de meeste gevallen zou het hele universum verwoest zijn.

Stephen Hawking, een beroemd fysicus en Nobelprijswinnaar, heeft eens geschreven:
"De natuurwetten die we op dit moment kennen, bevatten zeer veel fundamentele getallen, zoals de lading van een elektron en de verhouding tussen de massa van een proton en een elektron....het meest opmerkelijke feit is dat deze waardes zeer precies lijken afgesteld om zodoende leven mogelijk te maken.” (uit: A brief history of time, 1988 Pag. 125)

Sir Fred Hoyle, de sterrenkundige, die bekend staat als ongelovige, vertelt ons dat:
"Wanneer we ons gezond verstand gebruiken om de feiten te interpreteren lijkt het erop dat een superintellect met fysica gedokterd heeft, als ook met de scheikunde en biologie, en dat er geen vermeldenswaardige blinde krachten zijn in de natuur. De getallen die je vanuit de feiten kunt berekenen zijn zo overweldigend dat deze conclusie wel bijna boven alle twijfel verheven is.” (Uit: Engineering and Science, November 1981, geciteerd in: The World Treasury of Physics, ed. door Timothy Ferris, 1991, Pag. 392).
Denk hierbij aan de volgende voorbeelden (er zijn er veel meer!):

1. Wanneer de elektrische lading van een proton en elektron (dit zijn kleine deeltjes in een atoom) niet exact gelijk zou zijn aan die van waterstofatomen, dan zouden die twee elkaar afstoten en zou het universum niet bestaan.
2. Wanneer de relatieve kracht van de zwaartekracht, elektromagnetisme en de sterke en zwakke nucleaire kracht, ook maar een klein beetje anders zouden zijn, zou leven niet mogelijk zijn.
3. Wanneer de massaverhouding van een proton en elektron niet exact 1836:1 zou zijn, dan zou er geen scheikunde geweest zijn.

Wanneer de Big-Bang zou berusten op puur toeval dan is het ondenkbaar dat al deze krachten exact juist zijn, om zo leven mogelijk te maken. Wanneer je het oneindige aantal andere mogelijk waarden in ogenschouw neemt die deze krachten ook zouden kunnen hebben is het veel aannemelijker dat er nooit leven zou zijn geweest. Of zoals de wetenschapsfilosoof John Leslie zei: “een universum dat geen leven mogelijk maakt is veel waarschijnlijker dan een die dat wel mogelijk maakt”. Dit is bewijs voor een intelligente ontwerper achter de Big-Bang die ervoor zorgt dat leven in het universum mogelijk is.

4. Biologisch argument

Het is een wetenschappelijk feit dat leven uitsluitend kan voortkomen uit leven dat daarvoor bestond, en niet door toeval kan ontstaan. Dus als we al het leven terugbrengen op de bron, komen we vanzelfsprekend uit bij God. Er moet namelijk een wezen zijn dat de ultieme levensbron is, de voortbrenger van al het leven. Hij is het oorspronkelijke en eeuwige leven.

Deze eerste drie argumenten sluiten dus zowel de evolutie- als de bigbang-theorie uit. Overigens is tegen beide theorieen nog veel meer in te brengen, maar in deze log willen we daar niet verder over uitweiden.

5. Ontologisch argument

De mens heeft een intuïtief besef van het bestaan van God. Een besef zonder beredenering. Soms wordt dit het religieuze instinct of het godsbesef van de mens genoemd. Het drijft hem ertoe iets of iemand te vereren. De mens werd als vereerder geschapen, namelijk die van God. Hij zou God niet vereren als God dit intuïtieve besef van zijn bestaan niet in hem geplaatst had. Dit argument wordt onderbouwd door het feit dat er een universeel geloof in een god of goden is in elk land op aarde. Als men de ware God niet accepteert maakt men een godheid van zichzelf, zodat de innerlijke drang iets te vereren alsnog bevredigd wordt.

6. Moreel argument

De mens is een moreel wezen. Hij heeft een innerlijk besef van goed en kwaad, evenals een gevoel van verantwoordelijkheid om het goede te doen en het kwade te vermijden. De Bijbel noemt dit geweten, en beschouwt het als door God gegeven. Wanneer een mens tegen zijn geweten ingaat resulteert dat in een schuldgevoel en angst voor vergelding. Het is iets dat gewoonweg bij de mens hoort. Universeel gezien is het een getuige van het bestaan van een superieure wetgever en rechter die dit gevoel van verantwoordelijkheid ten opzichte van het goede in de mens geplaatst heeft.

Het kwaad in deze wereld is geen argument tegen het bestaan van God. Want daar heeft de mens zelf voor gezorgd. Als God in zou grijpen zou hij ons beroven van de vrije wil.

7. Historisch argument

De geschiedenis van de mensheid wijst op een onzichtbare hand, die het lot van naties leidt en beheerst. Een grondige studie van de geschiedenis brengt vele illustraties van dit feit aan het licht. Achter alles beweegt Gods hand om zijn wil te volbrengen. Voorbeelden hiervan zijn de bijbelse profetieën die uitgekomen zijn, en de geschiedenis van zowel het jodendom als het christendom. Vele malen is geprobeerd deze stromingen te vernietigen en uit te roeien en nog steeds bestaan ze, ondanks gruwelijke vervolgingen en verdrukkingen.

8. Christologisch argument

De historische Jezus is niet te ontkennen. Door velen wordt hij beschouwd als een 'goed, wijs mens'. Wanneer we echter niet geloven wat hij zei, is hij de grootste en meest succesvolle leugenaar en bedrieger ooit. Als we er echter van uitgaan dat het wel zo was zoals ooggetuigen en Jezus zelf zeiden, is Jezus Christus de belangrijkste openbaring van Gods bestaan. Alles wat hij was, wat hij deed en alles wat hij zei betuigen het bestaan van God.

9. Bibliologisch argument

De Bijbel, het meest gelezen boek ter wereld, is een zeer bijzonder en uniek boek. Het is geschreven gedurende 1500 jaar, door meer dan 40 schrijvers van allerlei rang en stand, op verschillende plaatsen en continenten, in verschillende tijden, culturen, situaties, talen, stijlen en genres. Toch is het een eenheid. Het argument dat iedereen wel in staat zou zijn een dergelijk boek te schrijven gaat dus niet op. Volgens velen kan de indrukwekkende totstandkoming van de Bijbel dan ook niet enkel het resultaat van mensenwerk zijn, maar wijst zij op een hogere macht die de schrijvers leidde in hun werk. Verder is de historische betrouwbaarheid van de Bijbel vaak bewezen door historici en archeologen, en zijn allerlei profetieën, zelfs wanneer er sprake was van getallen, tijds- en plaatsbepalingen, uitgekomen.

Deze overwegingen sterken ons in de overtuiging dat de Bijbel en de getuigenissen van het bestaan van God die de schrijvers daarin geven, een argument zijn voor Gods bestaan.

10. Getuigenissen

Overal op aarde getuigen mensen van hun geloof in God, en gebeurtenissen die daarmee samenhangen. Noemenswaardig zijn de wetenschappelijk onverklaarbare 'wonderen' en 'bijna-dood-ervaringen'. Zulke getuigenissen zijn misschien wel het indrukwekkendste argument voor het bestaan van God.